Interview met Lucas Wiegerink en Albert Hoex

* Lucas, je hebt al vaak meegewerkt aan producties in de regie van Albert Hoex bij De Plaats en Rood Mos. Wat trekt jou als dirigent aan in muziektheater? Waar word jij enthousiast van? Waar krijg jij energie van? 

Lucas: Het maken van muziektheater is altijd een enorme puzzel die gelegd moet worden. Ik hou van samenwerken en leg die puzzel dus graag met de tekstschrijver en de regisseur, in dit geval met Albert. Altijd zijn er weer nieuwe uitdagingen, het is nooit een routineklus. Daarnaast kan ik in muziektheater veel vrijer omgaan met muziek dan bij een regulier concert. Soms laat ik de noten overgaan in gefluister, of wordt de muziek plots afgebroken door een schreeuw. Of ik laat een bepaalde maat opeens 10 keer herhalen als een overslaande plaat. Maar alleen als het verhaal, het theater, hierom vraagt. De muziek staat in dienst van een groter geheel. 

Albert: Het mooie aan muziektheater is dat muziek en theater elkaar voortdurend inspireren en optillen. Niks is mooier dan de dynamische afwisseling tussen gesproken en gezongen teksten.   

 
* Veel zangers die regelmatig meezingen in PKG zijn niet gewend om te zingen in een muziektheaterproductie. Wat zouden jullie tegen hen willen zeggen om ze hiervoor enthousiast te maken? 

Lucas: Als je zingt in een muziektheaterproductie beleef je de muziek als zanger op een andere manier. Het muziekstuk staat niet op zichzelf maar heeft een bepaalde plek in de dramaturgie van de voorstelling. Je bent niet alleen zanger maar ook een personage. Dat is als zanger interessant om te ervaren en je zult merken dat je bepaalde stukken daardoor ook echt anders gaat zingen. Zeker als je niet gewend bent om in een muziektheaterproductie te zingen zou ik zeggen: zing mee en laat je verrassen!  

Albert: behalve zanger wordt je aan de hand van heel eenvoudige regieaanwijzingen ook acteur, en dat geeft een extra dimensie en kwaliteit aan het zingen.  

 
* Wat verwacht jij van een zanger in een koor dat jij dirigeert? 

Lucas: Dat zangers openstaan voor experiment, dingen uitproberen, want bij muziektheater ontstaan er vaak dingen op de vloer. Dat kunnen muzikale ideeën zijn zoals "willen jullie deze maten eens neuriën onder de gesproken tekst door", of theatrale dingen als "willen jullie je blik langzaam naar links draaien op dit woord". Maar ook enige flexibiliteit is als zanger nodig, want sommige ideeën kunnen uiteindelijk ook weer overboord gegooid worden.Daarnaast vind ik een goede sfeer en open communiceren heel belangrijk. Zit je iets dwars: loop er niet te lang mee rond maar laat het mij of iemand anders uit de organisatie weten. 

 

* Waarom mag het publiek deze voorstelling absoluut niet missen? 

Lucas: Hoe vaak hoor je als publiek tijdens één voorstelling verschillende zettingen van Agnus Dei én muziek uit India en andere delen van de wereld in een verhaal over twee soldaten en de Dood? Ik ben het nog niet tegengekomen...! Dit, samen met de kwaliteiten van Projectkoor Gelderland en Muziektheater Rood Mos, moet toch iets moois en bijzonders opleveren. Voor de trouwe achterban van PKG lijkt het me trouwens ook leuk om weer een nieuwe kant van jullie te ontdekken! 

Albert: Een geënsceneerd  koor is niet alleen prachtig om naar te luisteren, maar ook prachtig om naar te kijken! Twee keer zo mooi!