Studeren met een MIDI-player

Om midi-oefenbestanden te kunnen gebruiken, heb je een MIDI-player nodig. Die kun je gratis downloaden van diverse sites. Alle standaard mediaspelers (Windows Media Player, Real Player, VLC player, etc.) kunnen midi-bestanden hoorbaar maken. Voor het instuderen van koorpartijen is het echter handig om een player te gebruiken waarin je (a) muzieknotatie te zien krijgt en (b) bepaalde partijen naar voren kunt halen of wegdrukken. Zo’n midi-player kun je vinden via ChoralWiki of rechtstreeks op de site van Chris Hills. Let op: deze player is alleen geschikt voor Windows-machines. De NoteWorthy Viewer en de meeste zgn karaoke players voldoen wel aan voorwaarde (a) maar niet aan (b).

Op de website van de goedmoedige Engelse tenor John vind je een uitgebreide evaluatie van alle beschikbare freeware MIDI-players, waaronder ook programma’s die op MacOS of Linux draaien. Boeiend om te lezen in onmiskenbaar Britse stijl en een gruwelijke old school vormgeving. Niettemin behoorlijk up-to-date.

Hoe werkt het?

  1. Downloaden en installeren. Ga naar de site van Chris Hills en klik daar met de RECHTER muisknop op de download-link onder het kopje “To download the MidiPlay program”. In het dialoogvenster dat dan opent klik je op “Link opslaan als…” Dan kun je een map selecteren op je computer waar je de player op wilt slaan. Bijvoorbeeld in de map waar je de PKG-bestanden opslaat of in een map Program Files of een map met audiobestanden. In feite doet het er niet zoveel toe waar je het bestand opslaat, als je die plek/map maar weer terug kunt vinden. Het bestand heet MidiPlayW7.exe
  2. MidiPlayer openen. Ga naar de map waar je het bestand hebt opgeslagen en dubbelklik op MidiPlayW7.exe. Als er een beveiligingsvraag komt (dat de uitgever niet kan worden vastgesteld o.i.d.) klik je op “Uitvoeren” of “Toestaan”. De MidiPlayer opent met een grijs vlak. NB: na de eerste keer kun je de player vanaf het startmenu of via een icoon op je bureaublad openen, afhankelijk van de Windows-versie die je gebruikt. Het icoon is (een deel van) een piano-toetsenbord. Het is ook handig om de MidiPlayer als standaard-programma in Windows in te stellen, zie daarvoor punt 11 hier onder.
  3. Muziek afspelen. Klik in de MidiPlayer op File (linksboven in het topmenu) en vervolgens op “Open …” in het pulldown menu. Je kunt dan zoeken in je eigen mappen naar het midi-bestand dat je wilt afspelen. De MidiPlayer onthoudt de lokaties van de 15 laatst geopende bestanden, die vind je onderaan in hetzelfde pulldown menu. Selecteer het gewenste midi-bestand en klik op Openen. Er opent een nieuw venster met een opsomming van alle partijen in het bestand; vóór elke partij staat een knop Play. Maximaliseer het venster en klik op de knop Play van de partij die je wilt horen. Als het goed is hoor je nu de muziek waarin je eigen partij benadrukt is en de andere partijen naar de achtergrond. Meestal zie je nog geen muzieknotatie.
  4. Notatie zichtbaar maken. Klik op MIDI in het topmenu van de MidiPlayer, en kies in het dropdown menu “Full score, all tracks”. Als er veel partijen zijn, dan is het venster meestal te klein om alle muzieknotatie weer te geven. Er verschijnt dan een melding: “Bar xx  is too big to display. Try making the window bigger… (etc.)” Maximaliseer het venster (rechtsboven, naast het sluitkruisje). Maak de partituur kleiner door op Smaller!  in het topmenu te klikken (of gebruik de toetscombinatie Alt-S). Dit moet je meermalen herhalen, soms wel 25 x, voordat je partituur in beeld verschijnt. Als je de muziek afspeelt, kan dat onderweg ook nog gebeuren, omdat het aantal systemen (muziekbalken) op een bepaald punt in de partituur groter wordt. Dan volg je hetzelfde procédé.
    De notatie kan er anders uitzien dan in je koorpartituur. Instrumentale partijen (met name toetsinstrumenten) zijn soms over 4 of 6 balken verdeeld. Hetzelfde geldt voor zangstemmen die gediviseerd zijn (bijv. 1e en 2e alt). Elke partij heeft dan een eigen balk. Zo zie je in Salve Regina van Arvo Pärt wel 12 koorpartijen, omdat elke stem ergens wel een keer in 3-en wordt gesplitst. Tenslotte kunnen notenwaarden en voortekens in de midi-file er anders uitzien. Voor Midi is er geen verschil tussen een G# en een Aƅ, dus wordt er willekeurig gekozen. Maar de klinkende toonhoogtes kloppen met je koorpartituur.
  5. Partijen wegdrukken of naar voren halen. Links van elke partij in de midi-partituur staat een schuifregelaar waarmee je het volume van elke partij kunt regelen. Klik met de linkermuisknop op een regelschuif en sleep hem naar de positie die je wenst. Zo kun je heel nauwkeurig bepalen welke partijen je sterk wilt afspelen, en welke naar de achtergrond gedrukt moeten worden. Een andere mogelijkheid is om op de knop Play te klikken onder de schuifregelaar van de partij die je wilt horen. Alle andere partijen worden dan automatisch in een middenpositie gezet, zodat ze minder sterk klinken.
  6. Afspelen, voor- en achteruit spoelen. Onder het topmenu is een werkbalk met icoontjes. Zie je geen werkbalk? Klik dan in het topmenu op View en vink in het dropdown-menu “Toolbar”aan. Aan de rechterkant van de werkbalk staan een aantal icoontjes (> ► ■ , etc.). Met de driehoekspijl (►) speelt de muziek af, met de dubbele pijlen kun je snel vooruit of achteruit spoelen, het blokje (■) stopt de muziek. Een verticale lijn die over de partituur meebeweegt geeft aan waar je bent. Is er geen verticale lijn? Klik dan op MIDI en vink “Follow score” aan in het dropdown-menu.
  7. Meer mogelijkheden in navigatie, tempo en toonhoogte. Klik op MIDI in het topmenu en vervolgens op “Play…” (of gebruik het icoontje > in de werkbalk). Er opent een hulpvenster linksonder met 4 schuifregelaars en een aantal knoppen. Met de onderste regelaar (Transpose (semitones)) kun je de toonhoogte in stappen van een halve toon verhogen of verlagen. Daarboven is een regelaar voor het tempo (in kwartnoten (crotchets) per minuut. Handiger is de schuif voor Relative tempo (%), waarmee je het tempo procentueel kunt versnellen of vertragen. Rechts van elke schuifregelaar zit  een knop Revert waarmee je naar de oorspronkelijke instelling terugkeert.
    Met de regelaar daarboven (Running time (mm:ss)) kun je elk tijdpunt in de partituur vinden. Heel wat praktischer is het minivenster Bar rechts van de regelaar. Daarmee kun je snel naar een bepaalde maat springen. Druk op de pijltjes (▲, ▼) totdat je bij de gewenste maat bent.
  8. Geluidskwaliteit. Midi-bestanden maken gebruik van de geluidskaart die in elke computer zit; de muzikale kwaliteit daarvan is tamelijk waardeloos. Je kunt voor elke partij een ander geluid kiezen. Zorg dat het hulpvenster geopend is (zie punt 7 hierboven). Klik dan op de knop Instruments… In het hulpvenster Instruments for… zie je nu per partij (dat heet nu een Channel) welke geluidsconfiguratie er voor wordt gebruikt. Voor de zangpartijen is dat meestal Choir Aahs. Door met de linker muisknop in een channel-vakje  te klikken opent een keuzemenu met alle beschikbare geluiden. Je kunt ook met de pijltjes rechts door de lijst scrollen. Als je een ander geluid hebt gekozen is het vakje Lock aangevinkt. Dit voorkomt dat het bestand bij het afspelen het standaardgeluid gebruikt.
    Je kunt ook in het blok “All channels” een instrument kiezen (standaard is dat Grand Piano) en dan het vakje Override aanvinken. Alle channels (partijen) worden dan door hetzelfde instrument  gespeeld. Door het vinkje weg te halen keer je weer terug naar de individuele settings voor alle partijen. Met de knop Revert  achter elk channel kun je alle wijzigingen voor die partij weer ongedaan maken. De knop Revert all (midden boven) doet dat voor alle channels tegelijk.
  9. Geen geluid of raar geluid? . Dat ligt waarschijnlijk aan de gekozen geluidsbron. Klik op Output devices in het topmenu. Als je geen geluid hoort, klik dan op “All output devices on”. Als je dan nog een keer op Output devices klikt zie je welke geluidsbronnen worden gebruikt (meestal zgn wavetables of MIDI mappers). Meerdere geluidsbronnen tegelijk levert meestal geen problemen op.
    Hoor je een rare echo of dubbele tonen bij het afspelen? Zorg dan dat er maar één geluidsbron staat aangevinkt. Door te experimenteren met verschillende keuzes vind je dan wel uit welke geluidsbron het beste resultaat geeft.
  10. En al die andere knoppen? Zoals Manual beatsMouse action, of Dialogs… Daar blijf je beter vanaf. Tenzij je van experimenteren met onverwachte resultaten houdt….
  11. De MIDIplayer als standaardprogramma instellen. Dat heeft het voordeel dat de MIDI-player automatisch wordt geopend zodra je een MIDI-bestand wilt afspelen. Anders kiest Windows een mediaspeler uit de eigen winkel en die voldoet niet aan de voorwaarden. Kies in je Windows startmenu voor Instellingen, daarna op Apps en onderdelen, en kies in het menu aan de linkerkant Standaard-apps. Onder in het scherm kun je Standaard-apps per bestandstype kiezen aanklikken. Meestal duurt het even voordat die lijst getoond kan worden. Scroll in de linker kolom “Naam” naar “.mid”. Als daar het pianotoets-icoon achter staat en de omschrijving “MidiPlay MFC Application” dan is de MIDIplayer al als standaard ingesteld. Als er een ander icoon of programma achter staat of de tekst “Kies een standaard-app” klik dan op het icoon en kies uit het getoonde menu de gewenste applicatie. Door het venster te sluiten bevestig je de standaard instelling.

Succes!